| ||||
| Het aaien over het hoofd van kinderen en het verrichten van doe`aa voor hen |
|
|
| Geschreven door verschillende geleerden. | |
| Saturday 15 May 2010 | |
|
1. Op gezag van `Oebaadah ibn al-Walied ibn al-Saamit: “Ik ging naar buiten met mijn vader terwijl ik een jong kind was. Wij kwamen een oude man tegen die een boerdah[1] en een Jemenitische thawb[2] droeg, zijn zoon droeg ook een boerdah en een Jemenitische thawb.” Ik zei tegen hem: “O oom, waarom geef je jouw zoon niet deze gestreepte mantel, en dat jij (zijn) boerdah neemt zodat jij twee boerdahs draagt en hij de gestreepte mantel.“ Hij (de oude man) keerde zich naar mijn vader toe en zei: “Is dit jouw zoon?” Mijn vader zei ja. De oude man wreef vervolgens over mijn hoofd en zei: “Moge Allah jouw zegenen, ik getuig dat ik de boodschapper van Allah (صلى الله عليه و سلم) heb horen zeggen: “Voedt hen van hetgeen je eet, en kleedt hen met hetgeen waarmee je jezelf kleedt.” Oh neefje van me, ik raak liever het genot van deze wereld kwijt dan het genot van het hiernamaals. Ik vroeg (later) aan mijn vader: “Wie is deze man?” Hij zei: Aboel Yoesr Ka`b ibn `Amr.[3] 2. Op gezag van Joesoef ibn `Abdoellaah ibn Salaam: “de boodschapper van Allah (صلى الله عليه و سلم) heeft mij Joesoef genoemt, nam mij op zijn schoot en wreef over mijn hoofd.”[4] 3. Op gezag van Salamah ibn Wardaan: “Ik heb Anas ibn Maalik de mensen hun handen zien schudden.“ Hij (Anas ibn Maalik) vroeg mij: “Wie ben jij?” Ik zei: “een dienaar van Banie Layth.” Vervolgens wreef hij drie maal over mijn hoofd en zei: “Moge Allah jou zegenen.”[5] 4. Op gezag van `Amr ibn Haarith: Ik ging met mijn moeder naar de profeet (صلى الله عليه و سلم), vervolgens wreef hij over mijn hoofd en verrichtte doe`aa voor mij voor rizq (voorzieningen). 5. Op gezag van Mohammed ibn Haatib: Toen mijn moeder met mij uit Ethopie kwam nadat mijn vader Haatib was overleden, bracht ze mij naar de boodschapper van Allah (صلى الله عليه و سلم). Eén van mijn handen was verbrand. Zij zei: “O boodschapper van Allah, dit is Mohammed ibn Haatib de zoon van jouw broer. Hij heeft deze brandwonden opgelopen.” Mohammed ibn Haatib zei: “Ik lieg niet over de boodschapper van Allah (صلى الله عليه و سلم), ik kan me niet meer herinneren of hij erop blies of over mijn hoofd wreef en hij verrichtte doe`aa voor mij en voor mijn nakomelingen om zegeningen te verkrijgen.”[6] 6. En Handhalah zei: “Ik werd naar de profeet (صلى الله عليه و سلم) gebracht, (mijn vader) zei tegen hem: ‘Ik heb zonen, sommigen van hen hebben baarden en anderen niet (zijn jong). En dit is de jongste van hen. Verricht doe`aa voor hem.’ Hij (صلى الله عليه و سلم) wreef over mijn hoofd en zei: ‘Moge Allah jouw zegenen.’” Dhayaal zei: “Ik zag dat een man met opgezwollen gezicht en (op een ander tijdstip) een dier met opgezwollen uiers naar Handhalah werden gebracht, hij blies dan in zijn handen en zei: ‘in de naam van Allah’ en plaatste zijn handen op hun hoofden en zei: ‘op dezelfde plek waar de profeet zijn handpalm plaatste’ en wreef erover.” Dhayaal zei: “En de zwellingen verdwenen.”[7] 7. Op gezag van Zahrah ibn Ma`bad op gezag van zijn grootvader `Abdoellaah ibn Hishaam: Hij (Abdoellaah ibn Hishaam) ontmoette de profeet (صلى الله عليه و سلم) toen zijn moeder Zaynab bint Hamied hem naar de boodchapper van Allah (صلى الله عليه و سلم) bracht. Zij zei: “O boodschapper van Allah, laat hem trouw zweren aan jou.” Hij (صلى الله عليه و سلم) zei: “hij is jong.” Vervolgens wreef hij over mijn hoofd en verrichtte doe`aa voor mij. En ook op gezag van Zahrah ibn Ma`bad, zijn grootvader `Abdoellaah ibn Hishaam nam hem mee naar de markt om eten te kopen. Ibn `Omar en Ibnoez-Zoebayr (رضي الله عنهما) kwamen hem tegen en zeiden: “Laat ons jouw vergezellen want voorwaar de profeet (صلى الله عليه و سلم) heeft voor jou doe`aa verricht om zegeningen te verkrijgen.” Dus vergezelde hij hen. En soms kocht hij een hele karavaan en kreeg er de volle winst voor terug en zond het dan naar huis.[8] 8. Op gezag van al-Dja`d ibn `Abdoer-Rahmaan die zei: Ik hoorde as-Saa-ib ibn Yazied zeggen: “ik ging met mijn tante (van moeders kant) naar de boodschapper van Allah (صلى الله عليه و سلم). Zij zei: ‘O boodschapper van Allah mijn neefje heeft pijn.’ Dus wreef hij over mijn hoofd en verrichtte doe`aa dat ik zegeningen zou krijgen. Vervolgens verrichtte hij de woedhoe en dronk ik van het water waar hij de woedhoe mee verricht had. Vervolgens ging achter zijn rug staan en zag de zegel (van de profeten) tussen zijn schouders alsof het een knoop was.”[9] Arabische bron:http://sahab.net/forums/showthread.php?t=374772 [1] Voetnoot vertaler: Een mantel van katoen. |
|
| Laatst geupdate op ( Wednesday 19 May 2010 ) |
| < Vorige | Volgende > |
|---|